ECLI:NL:CRVB:2004:AO3257
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H. Bolt
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Verplichting tot opleggen blijvende volledige weigering BWOO-uitkering bij verwijtbaar werkloos worden
Gedaagde, een voormalig leraar, werd veroordeeld wegens ontuchtige handelingen met een leerling, wat leidde tot ontslag en werkloosheid. De minister kende hem een BWOO-uitkering toe maar legde tevens een maatregel op van blijvende volledige weigering van de uitkering wegens verwijtbaar werkloos worden.
De rechtbank vernietigde deze maatregel wegens schending van het evenredigheidsbeginsel uit de Algemene wet bestuursrecht (Awb), oordelend dat de maatregel niet in verhouding stond tot de ernst van het gedrag. De minister ging hiertegen in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de Regeling maatregelen sector O en W, als algemeen verbindend voorschrift, de minister verplicht een maatregel op te leggen zonder ruimte voor toetsing aan het evenredigheidsbeginsel. De Raad stelt dat de rechtbank ten onrechte de maatregel vernietigde en verklaart het hoger beroep van de minister ongegrond.
De Raad bevestigt dat het gedrag van gedaagde zeer ernstig en verwijtbaar is en dat de opgelegde maatregel niet in strijd is met enige wettelijke of algemene rechtsbeginselen. Hiermee wordt de blijvende volledige weigering van de uitkering gehandhaafd.
De uitspraak benadrukt de beperkte beoordelingsruimte van bestuursorganen bij het opleggen van sancties onder de BWOO en de bindende werking van de Regeling, waarmee het evenredigheidsbeginsel in deze context niet toepasbaar is.
Uitkomst: De maatregel van blijvende volledige weigering van de BWOO-uitkering wegens verwijtbaar werkloos worden wordt gehandhaafd.