ECLI:NL:CRVB:2004:AO4202
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- K. Zeilemaker
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering uitkering onderwijs- en onderzoekpersoneel na winst uit onderneming
De zaak betreft een geschil over de terugvordering van een uitkering aan een voormalig ambtenaar die in 1995 winst uit een onderneming behaalde. De appellant, de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, had de uitkering herzien en het te veel betaalde bedrag teruggevorderd. De rechtbank had dit besluit vernietigd omdat de terugvordering over het gehele jaar 1995 niet gegrond zou zijn.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rechtbank onjuist heeft geoordeeld dat gedaagde reeds vóór eind september 1995 wist dat hij een hogere winst zou behalen. De Raad bevestigt dat terugvordering van onverschuldigde betalingen in beginsel binnen twee jaar na bekendwording van de gewijzigde gegevens moet plaatsvinden, conform het BWOO en vaste rechtspraak.
Omdat appellant pas in maart 1997 kennis kreeg van de winstgegevens en binnen twee jaar daarna de terugvordering heeft ingesteld, is de terugvordering tijdig en rechtmatig. De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van gedaagde ongegrond. Proceskostenvergoeding wordt niet toegekend omdat gedaagde dit niet heeft gevorderd.
Uitkomst: Het beroep van gedaagde wordt ongegrond verklaard en het terugvorderingsbesluit wordt bevestigd.