ECLI:NL:CRVB:2007:BA5369
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Vaststelling matiging terugvordering suppletie en vergoeding kosten na onterechte betaling
Betrokkene was wegens ziekte gedeeltelijk ontslagen en ontving onterecht suppletiebetalingen vanaf oktober 2000 tot december 2003. Hoewel betrokkene tijdig had aangegeven geen suppletieformulieren te hoeven invullen en direct na ontdekking van de fout wilde terugbetalen, werd dit door appellant afgeraden. De rechtbank had het beroep van betrokkene gegrond verklaard wegens motiveringsgebrek, belangenafweging en schending van het vertrouwensbeginsel.
Appellant stelde zich in hoger beroep op het standpunt dat terugvordering bruto moest plaatsvinden en dat vergoeding van kosten niet aan de orde was zonder voorafgaand verzoek. De Raad oordeelde dat de terugvorderingsbevoegdheid discretionair is en dat in dit bijzondere geval appellant niet redelijkerwijs het volledige bruto bedrag kon terugvorderen, mede omdat betrokkene tijdig had gehandeld en appellant haar had weerhouden van terugbetaling.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en stelde het terug te vorderen bedrag vast op €15.000 bruto, met een verplichting tot vergoeding van fiscale schade en rentederving. Tevens veroordeelde de Raad appellant tot vergoeding van proceskosten in alle instanties en het griffierecht. Hiermee werd het geschil definitief beslecht.
Uitkomst: Het terug te vorderen bedrag wordt vastgesteld op €15.000 bruto met vergoeding van kosten en fiscale schade aan betrokkene.