ECLI:NL:CRVB:2004:AO4504
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- Th.G.M. Simons
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Weigering vergoeding acetylcysteïne wegens niet voldoen indicatie COPD volgens Ziekenfondswet
In deze zaak gaat het om de weigering van de onderlinge waarborgmaatschappij AZIVO om het geneesmiddel acetylcysteïne te vergoeden aan gedaagde, die een Indiana Pouch heeft en het middel gebruikt ter voorkoming van vlokvorming. De vergoeding van acetylcysteïne is volgens de Ziekenfondswet alleen mogelijk voor verzekerden met chronisch obstructief longlijden (COPD). Gedaagde voldoet niet aan deze indicatie.
De rechtbank had het beroep van gedaagde gegrond verklaard en het besluit vernietigd, omdat volgens de rechtbank niet was onderzocht of er uitzonderlijke omstandigheden waren die een vergoeding toch rechtvaardigen, mede gelet op de mogelijke verslechtering van de gezondheidstoestand van gedaagde zonder het middel. De Centrale Raad van Beroep stelt echter dat het dwingendrechtelijke karakter van de regelgeving en het gesloten stelsel van vergoeding uitgangspunt moet zijn.
De Raad oordeelt dat de indicatie COPD niet geldt voor gedaagde en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn gesteld die een uitzondering rechtvaardigen. Bovendien is de effectiviteit van acetylcysteïne bij de situatie van gedaagde wetenschappelijk niet vastgesteld. Daarom vernietigt de Raad het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering tot vergoeding van acetylcysteïne gehandhaafd.