ECLI:NL:CRVB:2008:BC4713
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Weigering vergoeding vervanging borstprothese strijdig met rechtszekerheid en verbod van willekeur
Belanghebbende, geboren in 1940, heeft sinds 1967 meerdere keren een borstprothese laten plaatsen en vervangen op medische indicatie. In 2005 vroeg haar plastisch chirurg een machtiging aan bij Cz voor capsulectomie en het plaatsen van een nieuwe prothese vanwege pijnklachten door kapselcontractuur. Cz weigerde de vergoeding van de nieuwe prothese op grond van een wijziging in de Regeling medisch-specialistische zorg Ziekenfondswet per 1 januari 2005, die het plaatsen van borstprothesen alleen nog vergoedt na (gedeeltelijke) borstamputatie.
Belanghebbende maakte bezwaar en stelde dat het hier geen cosmetische ingreep betreft maar een noodzakelijke medische behandeling, en dat het abrupt stopzetten van vergoeding de rechtszekerheid schaadt. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit, waarbij zij oordeelde dat artikel 2 van Pro de Regeling in dit geval wegens strijd met de rechtszekerheid buiten toepassing moet blijven. Cz ging in hoger beroep.
De Raad bevestigt dat de Regeling een limitatief systeem van aanspraken bevat en dat de minister bevoegd is deze te wijzigen. Echter, de Raad oordeelt dat de minister geen adequate overgangsregeling heeft getroffen voor verzekerden die onder het oude recht op medische indicatie een prothese hebben gekregen en deze medisch noodzakelijk moeten laten vervangen. Dit leidt tot strijd met het verbod van willekeur en schending van rechtszekerheid. De Raad wijst het beroep van Cz af, bevestigt de vernietiging van het besluit en veroordeelt Cz tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat de weigering van vergoeding voor het plaatsen van een nieuwe borstprothese onrechtmatig is wegens strijd met rechtszekerheid en verbod van willekeur.