ECLI:NL:CRVB:2004:AO5383
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- R.M. van Male
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvordering bijstand ex-echtgenote wegens gezamenlijke huishouding
Appellant was gehuwd geweest met zijn ex-echtgenote, aan wie bijstand was verleend op grond van de Algemene Bijstandswet (ABW) naar de norm voor een één-oudergezin. Na anonieme tips stelde de Sociale Recherche van de gemeente Enschede vast dat appellant en zijn ex-echtgenote een gezamenlijke huishouding voerden zonder dit te melden. De gemeente besloot daarop de uitkering van de ex-echtgenote over de periode 1994-1999 te herzien en de ten onrechte betaalde bijstand terug te vorderen, mede van appellant.
Appellant maakte bezwaar tegen deze terugvordering, dat door de gemeente ongegrond werd verklaard. De rechtbank bevestigde dit besluit, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad oordeelde dat op grond van de tot 31 december 1998 geldende tekst van artikel 84, tweede lid, van de ABW geen grondslag bestond om bijstand terug te vorderen van een partner die niet als gezamenlijke huishouding werd aangemerkt, indien de uitkering was toegekend naar de norm voor een alleenstaande ouder.
Daaruit volgde dat de terugvordering van appellant onterecht was en dat het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank voor zover dit betreft vernietigd moesten worden. De Raad bepaalde dat de gemeente een nieuw besluit moet nemen en veroordeelde de gemeente tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De terugvordering van bijstand van appellant wordt vernietigd en de gemeente moet een nieuw besluit nemen.