ECLI:NL:CRVB:2012:BX3362
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvorderingsbesluit bijstand wegens onvoldoende motivering en bevoegdheidsgebrek
De zaak betreft een hoger beroep tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Almere waarin kosten van bijstand mede van appellant werden teruggevorderd over de periode van 1 juli 1997 tot en met 19 december 2007. Het college had bijstand verleend aan [G.] naar de norm voor een alleenstaande ouder.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de tot 31 december 1998 geldende tekst van artikel 84, tweede lid, van de Algemene bijstandswet geen grondslag biedt voor terugvordering van een partner met wiens middelen bijstand is verleend aan de andere partner volgens de norm voor een alleenstaande ouder. Het college erkent dit. Hierdoor ontbreekt een deugdelijke motivering voor het bestreden besluit.
De Raad vernietigt het besluit van 14 augustus 2009 en draagt het college op een nieuw besluit te nemen waarbij het college uitgaat van het ontbreken van bevoegdheid tot terugvordering over de genoemde periode. Tevens moet het college een beslissing nemen over de gevraagde kostenvergoeding. De Raad veroordeelt het college in de proceskosten van appellant en bepaalt vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen zonder terugvordering over de periode tot 31 december 1998.