ECLI:NL:CRVB:2004:AO5922
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.H. van Kreveld
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek terugkomen van rechtens onaantastbaar besluit over inhouding verplaatsingskosten
Appellant, werkzaam bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, maakte gebruik van een vervoerplan waarbij maandelijks een bedrag werd ingehouden op zijn salaris voor openbaar vervoerabonnementen. Hij stelde dat de inhouding hoger was dan bij andere ministeries en dat dit in strijd was met de voorschriften en het gelijkheidsbeginsel.
Het Ministerie wees het verzoek af en handhaafde dit besluit bij bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde. De Raad overwoog dat het oorspronkelijke besluit rechtens onaantastbaar was omdat er destijds geen bezwaar was gemaakt, en dat het verzoek om terug te komen daarom een heroverweging betrof.
De Raad benadrukte dat bij duuraanspraken een onderscheid moet worden gemaakt tussen verleden en toekomst: voor het verleden geldt een beperkte toetsing op nieuwe feiten of omstandigheden, voor de toekomst een volledige belangenafweging. De inhouding van f. 341,- was volgens de geldende voorschriften niet onjuist en appellant was niet tekortgedaan. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat andere ministeries niet bindend zijn.
Gelet hierop wees de Raad het hoger beroep af en bevestigde de eerdere uitspraak. Tevens werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.