ECLI:NL:CRVB:2004:AO7389
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- A.B.J. van der Ham
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit herziening bijstandsuitkering wegens onvoldoende bewijs inkomsten uit arbeid
Appellante ontving vanaf 1984 een bijstandsuitkering. Gedaagde trok bij besluit van 29 februari 2000 het recht op uitkering over de periode van 1 december 1991 tot 1 december 1999 in vanwege niet gemelde inkomsten uit arbeid. Dit besluit was gebaseerd op een rapport van een sociaal rechercheur naar aanleiding van een gesprek met appellante.
Appellante betwistte dat zij gedurende acht jaar betaalde arbeid had verricht en stelde dat zij pas vanaf medio juli 1999 werkte. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de verklaring van de sociaal rechercheur zwaarwegend was en dat appellante zich niet op haar zwijgrecht kon beroepen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het rapport onvoldoende grondslag biedt voor de herziening over de gehele periode. De Raad vernietigt het besluit voor zover het betrekking heeft op de periode tot 4 november 1999 en bepaalt dat gedaagde een nieuw besluit moet nemen. Tevens veroordeelt de Raad gedaagde in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit tot herziening van de bijstandsuitkering over de periode 1991-1999 wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs.