ECLI:NL:CRVB:2004:AO8551
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering nabestaandenuitkering wegens gezamenlijke huishouding
Appellante ontving een nabestaandenuitkering die op grond van een onderzoek werd herzien omdat zij met een ander een gezamenlijke huishouding voerde, wat gevolgen had voor de hoogte van de uitkering. De Sociale Verzekeringsbank herzag de uitkering met ingang van 1 januari 1998 en vorderde teveel betaalde bedragen terug.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de herziening ongegrond maar gaf appellante deels gelijk over de procedure rond de terugvordering. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante en de derde op de relevante data een gezamenlijke huishouding voerden, zoals bedoeld in de Algemene nabestaandenwet, en dat er geen dringende redenen waren om van herziening of terugvordering af te zien.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank over de terugvordering omdat deze onbevoegd was en verklaart het beroep tegen het terugvorderingsbesluit ongegrond. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan appellante vergoed. De beslissing bevestigt de rechtmatigheid van de herziening en terugvordering van de nabestaandenuitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van de nabestaandenuitkering wegens gezamenlijke huishouding en vernietigt de eerdere uitspraak over de terugvordering.