ECLI:NL:CRVB:2004:AO9499
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Schending inlichtingenplicht bij niet melden inwoning partner leidt tot herziening bijstand
Appellante ontving een bijstandsuitkering voor een alleenstaande met een toeslag van 20%. Uit een heronderzoek bleek dat haar partner van oktober 1998 tot september 1999 bij haar inwoonde. Appellante had dit niet gemeld, ondanks dat zij op periodieke verklaringen expliciet werd gevraagd naar medebewoners.
De rechtbank oordeelde terecht dat appellante haar inlichtingenplicht niet was nagekomen, wat leidde tot een te hoge bijstandsuitkering. De toeslag had volgens de geldende regels 10% van het netto minimumloon moeten bedragen, omdat de partner studeerde en inkomsten had, waardoor kosten gedeeld konden worden.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De terugvordering van de te veel ontvangen bijstand blijft gehandhaafd.
Appellante had, ook gelet op haar culturele achtergrond en de door haar zoon ingevulde verklaringen, de gevolgen van de inwoning moeten melden of navraag moeten doen bij de gemeente. Het niet nakomen van deze plicht rechtvaardigt de herziening van de bijstand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante haar inlichtingenplicht heeft geschonden, waardoor de bijstand is herzien en teruggevorderd.