ECLI:NL:CRVB:2004:AP0290
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht
Belanghebbenden ontvingen bijstand vanaf 1993, voortgezet onder de Algemene bijstandswet (Abw) vanaf 1996. Het College van burgemeester en wethouders van Bernisse ontdekte dat belanghebbenden niet alle bankrekeningen en inkomsten hadden gemeld, waaronder kinderbijslag en inkomsten uit uitzendwerk. Hierdoor werd het recht op bijstand opgeschort en later ingetrokken, met terugvordering van de betaalde bedragen.
De rechtbank vernietigde het besluit tot intrekking en terugvordering wegens het ontbreken van een juiste wettelijke grondslag, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Zowel belanghebbenden als het College gingen in hoger beroep. De Centrale Raad oordeelt dat het College het intrekkingsbesluit en de terugvordering over de periode 1 december 1995 tot en met 30 juni 1997 onterecht baseerde op bepalingen die pas vanaf 1 juli 1997 van kracht zijn.
De Raad bevestigt dat belanghebbenden hun inlichtingenplicht schonden door niet alle relevante bankrekeningen en inkomsten te melden en niet de gevraagde bankafschriften te overleggen. Dit rechtvaardigt opschorting van de bijstand vanaf 17 oktober 2000 en afwijzing van de hernieuwde aanvraag. De Raad vernietigt het besluit van 29 maart 2001 voor het deel dat betrekking heeft op de intrekking en terugvordering over de periode tot 30 juni 1997, maar laat de rechtsgevolgen van de overige gedeelten in stand.
Tot slot veroordeelt de Raad het College tot vergoeding van de proceskosten van belanghebbenden in hoger beroep.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand over 1995-1997 wordt vernietigd, opschorting en afwijzing aanvraag per 2000 blijven in stand.