ECLI:NL:CRVB:2004:AQ5343
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek bijzondere bijstand voor ziekenfondseigen bijdrage 1998
Appellant en zijn echtgenote ontvingen een bijstandsuitkering op grond van de Algemene bijstandswet (Abw). Appellant verzocht bijzondere bijstand voor de eigen bijdrage die hij in 1998 aan het ziekenfonds moest betalen volgens de Bijdrageregeling ziekenfondsverzekering. Dit verzoek werd door het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam afgewezen, waarna gedeeltelijke bijstand werd toegekend.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat de eigen bijdrage bijzondere omstandigheden betrof die bijzondere bijstand rechtvaardigden. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat hoewel de eigen bijdrage een noodzakelijke kostenpost is, deze niet voortvloeit uit bijzondere individuele omstandigheden zoals bedoeld in artikel 39, eerste lid, van de Abw.
Daarom was het college niet bevoegd om bijzondere bijstand toe te kennen voor deze kosten. De gedeeltelijke toekenning van f 64,77 was dus niet onrechtmatig. Ook het beroep op artikel 41 van Pro de Abw en gemeentelijke beleidsregels werd niet verder behandeld. De Raad wees het verzoek tot vergoeding van renteschade af en veroordeelde het college niet in de proceskosten.
Uitkomst: De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.