ECLI:NL:CRVB:2004:AQ6284
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- J.B.J.M. ten Berge
- Rechtspraak.nl
Herbeoordeling WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidskundig onderzoek
De zaak betreft een hoger beroep van een werkgever tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) om de WAO-uitkering van een voormalig werknemer ongewijzigd vast te stellen op 80 tot 100% arbeidsongeschiktheid per 15 februari 1999.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het bestreden besluit niet zorgvuldig is voorbereid, met name omdat het arbeidskundige onderzoek onvoldoende was. De werkgever had aangevoerd dat de werknemer als zelfstandige nog substantiële werkzaamheden verrichtte, wat niet adequaat was onderzocht, bijvoorbeeld door het ontbreken van fiscale gegevens.
De Raad vernietigt het besluit en de uitspraak van de rechtbank die het in stand hield, en beveelt dat het Uwv een nieuw besluit neemt met een volledig en zorgvuldig arbeidskundig onderzoek. Tevens veroordeelt de Raad het Uwv tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan de werkgever.
Uitkomst: Het besluit tot ongewijzigde vaststelling van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende arbeidskundig onderzoek.