ECLI:NL:CRVB:2004:AO4506
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt uitspraak over gedifferentieerde WAO-premie en wijst zaak terug naar rechtbank
Appellante betwistte de vaststelling van de gedifferentieerde premie voor de WAO over het jaar 2000, mede gebaseerd op aan haar (ex-)werknemers toegekende arbeidsongeschiktheidsuitkeringen. De rechtbank Zutphen verklaarde het beroep ongegrond, waarop appellante hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelt dat de gedifferentieerde premie geen strafrechtelijke sanctie is en derhalve niet als "criminal charge" in de zin van artikel 6 EVRM Pro kan worden aangemerkt. Wel moet de rechtsgang voldoen aan de eisen van hoor en wederhoor, equality of arms en toetsing van de zaak in de kern. Appellante kon echter tegen uitkeringen toegekend vóór 1 januari 1998 geen bezwaar maken, wat strijdig is met artikel 6 EVRM Pro omdat daarmee de merits niet volledig kunnen worden getoetst.
De Raad stelt dat artikel 87e WAO in dit kader buiten toepassing moet blijven en dat als het beroep slaagt, de grondslag van de premie geheel of gedeeltelijk vervalt. Gezien deze schending van artikel 6 EVRM Pro acht de Raad het noodzakelijk dat de zaak in twee instanties wordt behandeld en wijst de zaak terug naar de rechtbank.
Daarnaast veroordeelt de Raad het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen voorwaardelijk in de proceskosten van appellante en bepaalt dat het gestorte recht wordt vergoed. De Raad benadrukt dat de procedures moeten voldoen aan de elementaire eisen van een eerlijk proces, ook bij premieheffing.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het vonnis en wijst de zaak terug naar de rechtbank Zutphen.