ECLI:NL:CRVB:2004:AQ9831
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstandsuitkering wegens niet-melden werkelijke werkzaamheden theehuis
Appellanten ontvingen bijstand op basis van onjuiste opgave van hun werktijden bij een theehuis. Een controle-ambtenaar constateerde dat de opgegeven werktijden niet overeenkwamen met de feitelijke werkzaamheden, onder meer door observaties en het parkeren van de auto van appellant.
Na verzoek om nadere informatie en het niet tijdig verstrekken daarvan, werd het recht op bijstand opgeschort en later ingetrokken. Tevens vorderde gedaagde de onverschuldigd betaalde bedragen terug.
De rechtbank had het beroep van appellanten deels gegrond verklaard, maar stelde de opschorting vast op 1 oktober 2000. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en oordeelt dat de terugvordering terecht is, omdat appellanten niet aan hun inlichtingenplicht voldeden en geen dringende redenen voor kwijtschelding zijn gebleken.
De Raad wijst het hoger beroep af en bevestigt de eerdere uitspraak, zonder proceskostenveroordeling in hoger beroep.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de bijstand en de terugvordering van de onverschuldigd betaalde bedragen wegens niet-melden van de werkelijke werkzaamheden.