ECLI:NL:CRVB:2004:AR2216
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.M. van Male
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens verzwegen inkomsten uit arbeid
Appellanten ontvingen vanaf 1 januari 2000 een bijstandsuitkering volgens de gehuwdennorm. Na onderzoek door de Sociale Recherche bleek dat appellant werkzaamheden verrichtte bij een winkel en daarvoor inkomsten ontving zonder dit te melden. Gedaagde trok daarom de bijstand met ingang van 1 januari 2000 in en vorderde de kosten terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, hetgeen in hoger beroep werd bestreden met het argument dat het om vrijwilligerswerk ging en dat appellanten niet de cautie was gegeven. De Raad stelde vast dat appellant daadwerkelijk betaalde werkzaamheden verrichtte en dat er voldoende grond was om een fictief inkomen aan te nemen, minimaal het wettelijk minimumloon.
De Raad oordeelde dat appellanten niet voldeden aan hun inlichtingenplicht en dat het besluit tot intrekking en terugvordering terecht was genomen. Ook het beroep op Europese regelgeving werd niet gevolgd wegens gebrek aan onderbouwing. De Raad bevestigde het bestreden vonnis en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering wegens verzwegen inkomsten uit arbeid.