ECLI:NL:CRVB:2004:AR2704
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- J.C.F. Talman
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ontslag wegens ongeschiktheid en weigering wachtgeld wegens onvoldoende onderbouwing
Appellant was sinds 1964 werkzaam bij de Belastingdienst en werd in 2000 ontslagen wegens ongeschiktheid anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken. De beoordeling waarop het ontslag was gebaseerd, vertoonde ernstige gebreken, zoals het ontbreken van een tweede beoordelaar en onvoldoende onderbouwing van negatieve scores, mede gezien het ziekteverzuim van appellant.
Daarnaast had appellant burn-outverschijnselen en spanningsklachten die niet adequaat waren meegenomen in de beoordeling en het ontslagbesluit. Een commissie van drie geneeskundigen had vastgesteld dat appellant reeds vóór het ontslag ongeschikt was voor arbeid vanwege ziekte. Gedaagde 1 had nagelaten nader medisch onderzoek te verrichten alvorens het ontslagbesluit te handhaven.
Ook het besluit van gedaagde 2 om het wachtgeld te weigeren werd vernietigd, omdat dit besluit niet was gebaseerd op de juiste medische feiten en gedaagde 2 niet adequaat was geïnformeerd. De Raad veroordeelde de Staat tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellant.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het ontslag- en wachtgeldbesluit en beveelt nieuwe besluitvorming met inachtneming van de medische situatie van appellant.