ECLI:NL:CRVB:2004:AR4169
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en vaststelling arbeidsongeschiktheidsperscentage
Gedaagde, werkzaam als directiesecretaresse, ontvangt sinds 1989 een WAO-uitkering wegens rug- en psychische klachten. Het UWV heeft in 2000 de mate van arbeidsongeschiktheid herzien van 80-100% naar 55-65%, later aangepast naar 65-80% na bezwaar. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit, omdat zij oordeelde dat de gebruikte functiecode (fb-code 3804) geen reële voltijds-verdiencapaciteit vertegenwoordigde.
Het UWV ging in hoger beroep tegen dit oordeel en verwees naar eerdere jurisprudentie waarin de gebruikte functiecodes wel als realistisch werden beschouwd. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de medische beperkingen van gedaagde niet waren onderschat en dat de functies waarop de beoordeling was gebaseerd passend waren gekozen volgens het beleid en jurisprudentie.
De Raad vond geen reden om de functiecode 3804 onvoldoende realiteitswaarde toe te kennen, ook niet vanwege de omvang van de maatman van 40 uur per week. De eerdere uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het hoger beroep van het UWV werd ongegrond verklaard, waarmee het bestreden besluit in stand bleef.
Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.