ECLI:NL:CRVB:2004:AR4721
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Beoordeling en motivering van arbeidsongeschiktheidsbesluit met gebruik van het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem
In deze zaak staat het gebruik van het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) centraal, een systeem dat sinds 1 januari 2002 het Functie Informatie Systeem vervangt bij de beoordeling van arbeidsongeschiktheid. De Raad beoordeelt eerst de algemene rechtmatigheid van het CBBS als ondersteunend systeem en concludeert dat het in beginsel aanvaardbaar is, mits rekening wordt gehouden met de beoordelingsruimte van het UWV en de specifieke kenmerken van het systeem.
Het CBBS bevat echter onvolkomenheden, zoals het ontbreken van transparantie door het ontbreken van een transponeringstabel in het dossier, het niet opnemen van signaleringen in geprinte versies en het bestaan van niet-matchende beoordelingspunten die niet automatisch worden meegenomen in de functieselectie. Deze tekortkomingen kunnen de toetsbaarheid en verifieerbaarheid van schattingsbesluiten bemoeilijken.
De Raad stelt daarom dat zolang het CBBS ongewijzigd blijft, er hogere eisen moeten worden gesteld aan de motivering en verslaglegging van de verzekeringsgeneeskundige en arbeidskundige uitgangspunten in individuele besluiten. In deze zaak is het besluit op bezwaar voorzien van voldoende toelichting en motivering, zodat het beroep ongegrond wordt verklaard.
Appellante voerde aan dat haar klachten onvoldoende zijn meegewogen en dat de richtlijn medisch arbeidsongeschiktheidscriterium (MAOC) niet juist is toegepast. De Raad oordeelt dat het onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd, ook met inachtneming van moeilijk objectificeerbare klachten zoals fibromyalgie, en dat de beperkingen van appellante niet objectief onderbouwd zijn om tot een hogere mate van arbeidsongeschiktheid te leiden.
Tot slot beveelt de Raad het UWV aan om het CBBS aan te passen om de gesignaleerde problemen structureel op te lossen, met een redelijke termijn tot uiterlijk 1 juli 2005.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het arbeidsongeschiktheidsbesluit wordt ongegrond verklaard en het besluit wordt bevestigd.