ECLI:NL:CRVB:2007:BB2726
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over toeneming arbeidsongeschiktheid wegens andere oorzaak
Appellant betwistte het besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat de toegenomen arbeidsongeschiktheid voortkomt uit een andere oorzaak dan de oorspronkelijke arbeidsongeschiktheid waarvoor hij een uitkering ontvangt. De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard, stellende dat de schouderklachten pas na 2004 zijn ontstaan en niet samenhangen met eerdere klachten uit de periode bij zijn eerdere werkgevers of tijdens de WW.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat appellant in 1987 uitviel wegens psychische en maagklachten, zonder melding van schouderklachten. Ook uit huisartsgegevens blijkt geen eerdere melding van schouderklachten. De stelling dat schouderklachten al tijdens eerdere arbeid zijn ontstaan, werd niet aannemelijk geacht. Wel was er sprake van een val in 1996 met een gekneusde schouder, maar dit leidde niet tot beperkingen of toegenomen arbeidsongeschiktheid.
De Raad concludeerde dat de toename van arbeidsongeschiktheid inderdaad voortkomt uit een andere oorzaak dan de oorspronkelijke, en dat het UWV terecht de beperkingen uit schouderklachten buiten beschouwing liet. Wel werd het beroep gegrond verklaard vanwege de late toelichting op de Functionele Mogelijkheden Lijst, het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak werden vernietigd, maar de rechtsgevolgen bleven in stand. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit en de uitspraak worden vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.