ECLI:NL:CRVB:2004:AR6044
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.M. van Male
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Herziening bijstandsuitkering en terugvordering te veel ontvangen bedrag niet volledig gegrond verklaard
Appellante ontving over de periode van 1 november 1996 tot en met 31 augustus 1999 een bedrag van ƒ 5.751,45 te veel aan bijstand. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht had dit bedrag teruggevorderd en het recht op bijstand herzien. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt anders.
De Raad stelt vast dat de herziening en terugvordering over de periode van 1 november 1996 tot en met 31 maart 1997 op een onjuiste wettelijke grondslag berusten, omdat appellante pas in april 1997 een nabetaling van een WAO-conforme uitkering ontving die het recht op bijstand beïnvloedde. Dit deel van het besluit wordt vernietigd. Voor de periode daarna tot en met 31 augustus 1999 acht de Raad de herziening en terugvordering wel gerechtvaardigd, mede vanwege niet-nakoming van de inlichtingenplicht en het ontbreken van dringende redenen om terugvordering te weigeren.
Verder oordeelt de Raad dat de procedure een redelijke termijn van artikel 6 EVRM Pro heeft overschreden, maar dat dit geen invloed heeft op de wettelijke verplichting tot terugvordering. Appellante kan voor de geleden nadeel compensatie zoeken bij de burgerlijke rechter. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 11 april 2001, behoudens het deel over de periode tot 1 april 1997, en veroordeelt de gemeente Utrecht in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot herziening en terugvordering is vernietigd voor de periode 1 november 1996 tot 31 maart 1997, maar de rechtsgevolgen blijven verder in stand.