ECLI:NL:CRVB:2004:AR6812
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht niet deugdelijk vastgesteld
Appellante ontving bijstand en werd geconfronteerd met een herzieningsbesluit en terugvordering wegens vermeende schending van haar inlichtingenplicht over inkomsten van haar partner en ex-partner. De gemeente ’s-Gravenhage stelde dat appellante onvoldoende had gemeld over werkzaamheden van beiden, wat leidde tot een te hoge bijstandsverlening.
De rechtbank had het eerdere besluit deels vernietigd en de gemeente opgedragen een nieuw besluit te nemen. Het nieuwe besluit handhaafde de terugvordering grotendeels, waarop appellante hoger beroep instelde. De Raad oordeelt dat het nieuwe besluit niet berust op een deugdelijke feitelijke grondslag, met name omdat de gemeente onvoldoende onderzoek deed naar de juistheid van de verklaringen over de inkomsten van de ex-partner.
De Raad benadrukt dat de gemeente meer onderzoeksmiddelen had en dat de verklaring van de werkgever van de ex-partner vragen had moeten oproepen. Verder is vastgesteld dat appellante haar inlichtingenplicht heeft geschonden, maar dit rechtvaardigt niet het besluit zonder gedegen feitenonderzoek. Daarom wordt het besluit vernietigd en wordt de gemeente opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het besluit tot terugvordering van bijstand wordt vernietigd wegens onvoldoende feitelijke grondslag en gebrekkig onderzoek.