ECLI:NL:CRVB:2004:AR8456
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bijstand wegens zelfstandige activiteit zonder overleg niet onrechtmatig
Appellant ontving bijstand en begon vanaf 1 mei 2000 zelfstandig als taxichauffeur te werken zonder dit vooraf met de gemeente te overleggen. De gemeente beëindigde de bijstand per die datum op grond van zelfstandige werkzaamheden. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt dit besluit omdat het niet juist gemotiveerd was volgens artikel 7:12 Awb Pro.
De Raad oordeelt dat appellant geen recht heeft op voortzetting van bijstand op grond van artikel 8, zesde lid, van de Abw omdat hij zonder overleg is begonnen met zijn zelfstandige activiteit. De bijstand kan daarom alleen worden beëindigd met toepassing van artikel 8, eerste tot en met vijfde lid, van de Abw in combinatie met het Besluit bijstandverlening zelfstandigen.
De Raad verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit van 22 juni 2001, maar handhaaft de rechtsgevolgen van de beëindiging van de bijstand per 1 mei 2000. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de bijstand per 1 mei 2000 wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand omdat appellant geen recht had op voortzetting van bijstand.