ECLI:NL:CRVB:2004:AR8889
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening WAO-uitkering en toepassing overgangsrecht Wet TBA
Appellant, voormalig ambtenaar, was sinds maart 1992 arbeidsongeschikt en ontving betalingen die aanvankelijk als bezoldiging werden aangemerkt. Na juridische procedures werd zijn ontslag per 1 januari 1995 als eervol beschouwd. Gedaagde kende appellant een WAO-conforme uitkering toe, die in 1998 werd herzien naar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid.
Het geschil betrof de vraag of appellant recht had op toepassing van het overgangsrecht van de Wet terugdringing beroep op arbeidsongeschiktheidsregelingen (Wet TBA). De Raad oordeelde dat appellant op 31 juli 1993 niet in het genot was van een arbeidsongeschiktheidsuitkering en dat de overgangsbepalingen daarom niet op hem van toepassing zijn. Dit oordeel werd ondersteund door eerdere jurisprudentie en het feit dat appellant zijn ontslag had aangevochten, waardoor geen onherroepelijk recht op uitkering bestond.
Verder vond de Raad dat de medische en arbeidskundige beoordeling van de mate van arbeidsongeschiktheid en belastbaarheid zorgvuldig was vastgesteld en niet is weersproken door appellant. De herziening van de uitkering naar 55-65% arbeidsongeschiktheid per 16 maart 1998 is daarmee terecht. Het hoger beroep wordt afgewezen en de bestreden uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 55-65% arbeidsongeschiktheid per 16 maart 1998 is terecht en het beroep van appellant wordt afgewezen.