ECLI:NL:CRVB:2011:BU7476
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende bewijs arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om haar per 16 juni 2009 geen recht op een WIA-uitkering toe te kennen. Het UWV baseerde dit besluit op rapportages van een bezwaarverzekeringsarts en bezwaararbeidsdeskundige, waarin werd vastgesteld dat appellante in staat is om bepaalde functies te vervullen zonder verlies van verdienvermogen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het UWV zijn besluit terecht baseerde op genoemde rapportages. In hoger beroep betwistte appellante dit oordeel en stelde dat de rapportages geen juist beeld geven van haar gezondheid en arbeidsmogelijkheden, mede vanwege psychische klachten en beperkingen bij traplopen en tillen.
De Raad overwoog dat de rapportages, mits zorgvuldig tot stand gekomen en concludent, een bijzondere waarde hebben en dat het aan appellante is om aannemelijk te maken dat deze rapportages onzorgvuldig, inconsistent of onjuist zijn. Appellante slaagde hier niet in, omdat zij geen medische onderbouwing gaf voor haar standpunten en de bezwaarverzekeringsarts de door haar aangedragen informatie van de huisarts had betrokken.
Daarmee faalde het hoger beroep en werd de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende aannemelijk gemaakte onjuistheden in de medische rapportages.