ECLI:NL:CRVB:2004:AR8922
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling mededeling voornemen boete en inlichtingenplicht bij bijstandsuitkering
Appellante ontving een bijstandsuitkering die per 1 mei 2000 werd beëindigd. Gedaagde gaf een waarschuwing wegens het niet volledig nakomen van de verplichting om bankafschriften over te leggen. De mededeling van het voornemen om een boete op te leggen werd niet als een besluit in de zin van de Awb beschouwd.
De Raad overwoog dat de mededeling van een voornemen tot boete geen rechtsgevolgen heeft zoals recidive, die pas kunnen ontstaan na daadwerkelijke oplegging van een boete of waarschuwing. Appellante stelde dat het verzoek om bankafschriften in strijd was met haar recht op privacy, mede gesteund op een rapport van de Registratiekamer.
De Raad stelde vast dat het verzoek om slechts drie bankafschriften, met mogelijkheid tot zwartmaken van uitgaven, proportioneel was in het kader van het beëindigingsonderzoek van de bijstandsuitkering. Er was een gegrond belang bij het verkrijgen van deze gegevens om de beëindigingsdatum en rechten en plichten vast te stellen.
De Raad concludeerde dat gedaagde terecht een waarschuwing gaf en dat het hoger beroep niet slaagt. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Hoger beroep wordt afgewezen en de waarschuwing wegens niet nakomen inlichtingenplicht blijft in stand.