ECLI:NL:CRVB:2004:AS1876
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing bijzondere bijstand wegens ondeugdelijke motivering
Appellante, een verstandelijk gehandicapte bijstandsgerechtigde die in een nevenvestiging van een gezinsvervangend tehuis woont, vroeg bijzondere bijstand voor een bijdrage in materiële kosten van f 10.000,-- per jaar. Deze bijdrage werd betaald door de diaconie van de Gereformeerde Gemeente van Barneveld. Het College van burgemeester en wethouders van Barneveld wees de aanvraag af, stellende dat appellante in een inrichting verblijft en de norm van artikel 31 Abw Pro van toepassing is.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de vergoeding door de diaconie een toereikende en passende voorliggende voorziening was. In hoger beroep vernietigt de Raad deze uitspraak omdat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat de afwijzing mede op die grond was gebaseerd, terwijl het bestuursorgaan die grond bewust niet had gebruikt. Tevens stelde de Raad vast dat het bestuursorgaan niet had onderzocht of appellante in aanmerking kwam voor bijzondere bijstand in de materiële kosten.
De Raad concludeert dat het besluit van 6 december 2001 ondeugdelijk gemotiveerd is en vernietigt dit besluit. Omdat de kosten feitelijk door de diaconie zijn betaald en niet voor rekening van appellante komen, is bijzondere bijstand niet aan de orde. De rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand. De Raad veroordeelt het bestuursorgaan tot vergoeding van de proceskosten en griffierechten van appellante.
Uitkomst: Het besluit van 6 december 2001 tot afwijzing van bijzondere bijstand wordt vernietigd wegens ondeugdelijke motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand omdat de kosten door de diaconie zijn betaald.