ECLI:NL:CRVB:2004:AS1896
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- O.J.D.M.L. Jansen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WW-uitkering wegens niet voldoen aan wekeneis bij overlap dienstbetrekkingen
Appellante was van maart 1999 tot januari 2000 werkzaam als schoonmaakster bij de Stichting en vanaf september 1999 tot april 2001 als productiemedewerkster bij Tempo-Team. Zij vroeg een WW-uitkering aan, maar deze werd geweigerd omdat zij niet voldeed aan de wettelijke wekeneis van 26 gewerkte weken in de referteperiode.
De kern van het geschil betrof de beoordeling van de overlap tussen de twee dienstbetrekkingen. Volgens het Besluit opvolgende dienstbetrekkingen mag een overlap maximaal twee maanden duren om dienstbetrekkingen als opvolgend te beschouwen. De Raad oordeelde dat deze regeling niet in strijd is met hogere regelgeving en dat de overlap van appellante meer dan twee maanden bedroeg, waardoor de dienstbetrekking bij Tempo-Team bepalend was.
Omdat appellante in de 39 weken voorafgaand aan haar werkloosheid slechts 19 weken had gewerkt, voldeed zij niet aan de wekeneis van artikel 17 WW Pro. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag van appellante voor een WW-uitkering wordt afgewezen omdat zij niet voldoet aan de wekeneis door een overlap van meer dan twee maanden tussen dienstbetrekkingen.