ECLI:NL:CRVB:2005:AS2070
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving vanaf 12 juni 1991 een bijstandsuitkering als alleenstaande. Na onderzoek door de Sociale Recherche van de gemeente Zoetermeer bleek dat appellant vanaf 1 januari 1998 werkzaamheden als zelfstandige verrichtte en over vermogen beschikte zonder dit te melden, wat een schending van de inlichtingenverplichting volgens artikel 65, eerste lid, van de Algemene bijstandswet (Abw) vormt.
Het College van burgemeester en wethouders trok daarom de bijstandsuitkering met ingang van 1 januari 1998 in en vorderde de kosten van de bijstand terug tot een bedrag van f 87.096,88. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep bestreed appellant dit, onder meer met het argument dat hij niet als zelfstandige moest worden aangemerkt.
De Raad oordeelde dat appellant wel degelijk bedrijfsmatige activiteiten verrichtte en inkomsten ontving, en dat hij tekort was geschoten in zijn inlichtingenverplichting. De Raad vond geen dringende redenen om af te zien van intrekking en terugvordering. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en de proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering en terugvordering van kosten worden bevestigd wegens schending van de inlichtingenverplichting.