ECLI:NL:CRVB:2005:AS3237
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens verzwegen arbeidsinkomsten
Appellante ontving van 1 augustus 1994 tot 1 augustus 1998 een bijstandsuitkering. Gedaagde voerde onderzoek uit naar de inkomsten uit arbeid van appellante over de periode 1 januari 1997 tot 19 juli 1998. Op grond daarvan werd de uitkering herzien en een bedrag van €5.803,27 teruggevorderd wegens niet-verrekende inkomsten uit arbeid via Randstad Uitzendbureau.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze herziening en terugvordering ongegrond. De rechtbank oordeelde dat gedaagde ten onrechte te veel bijstand had verleend omdat de inkomsten uit arbeid niet waren verrekend, en dat appellante onvoldoende bewijs had geleverd om de terugvordering te weerleggen.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank en stelt vast dat gedaagde voldoende inzichtelijk heeft gemaakt hoe de herziening en terugvordering zijn berekend. De door appellante aangevoerde argumenten, waaronder een eerdere mededeling over een restantvordering, leiden niet tot een ander oordeel.
De Raad ziet geen dringende redenen om af te zien van terugvordering en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De herziening en terugvordering van de bijstandsuitkering wegens verzwegen arbeidsinkomsten worden bevestigd.