ECLI:NL:CRVB:2005:AS4063
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek kwijtschelding terugvordering geldlening op grond van artikel 78c Abw
Appellant had van 10 januari 1997 tot 1 oktober 1997 bijstand ontvangen in de vorm van een geldlening op grond van de Algemene bijstandswet (Abw). Vanaf 1 mei 1999 diende appellant met terugbetaling te beginnen. Appellant verzocht op 25 april 2000 om kwijtschelding van de nog openstaande vordering van f 11.164,39, maar dit verzoek werd bij besluiten van 9 augustus 2001 en 1 oktober 2002 afgewezen door het College van burgemeester en wethouders van Weststellingwerf.
De Raad stelt vast dat artikel 78c Abw het exclusieve juridische kader vormt voor het verzoek om kwijtschelding van terugvordering. Omdat appellant ten tijde van het besluit op bezwaar nog niet was begonnen met aflossing en ook niet voldeed aan de overige voorwaarden van artikel 78c, was het bestuursorgaan niet bevoegd om af te zien van terugvordering. Het besluit van 1 oktober 2002 berustte onterecht op gemeentelijk beleid dat alleen van toepassing is als aan artikel 78c is voldaan.
De Raad vernietigt daarom het besluit van 1 oktober 2002 en verklaart het hoger beroep gegrond. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven echter in stand. De mededeling in het besluit dat bij aflossing van € 90,76 per maand gedurende drie jaar niet tot verdere terugvordering zal worden overgegaan, wordt niet als een rechtshandeling aangemerkt en blijft onbesproken.
Ten slotte wordt de gemeente verplicht het betaalde griffierecht aan appellant te vergoeden. De uitspraak van de rechtbank Leeuwarden wordt vernietigd en het beroep gegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van 1 oktober 2002 vernietigd omdat het bestuursorgaan niet bevoegd was tot kwijtschelding op grond van artikel 78c Abw.