ECLI:NL:CRVB:2005:AS5185
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake bijzondere bijstand voor frameprothese
Appellant verzocht op 1 augustus 2000 bijzondere bijstand voor de kosten van een vijfdelige brug, met de mededeling dat een medische verklaring later zou volgen. Op 29 oktober 2001 diende appellant een aanvullende aanvraag in voor een frameprothese als alternatief. Gedaagde verleende bijstand voor de frameprothese en verklaarde het bezwaar tegen dit besluit niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang.
De rechtbank Groningen oordeelde dat de latere aanvraag de eerdere verving en dat geen beslissing meer hoefde te worden genomen op de eerste aanvraag. Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte niet op zijn beroepsgrond was ingegaan met betrekking tot de eerste aanvraag.
De Raad concludeert dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de latere aanvraag de eerdere verving en dat er geen noodzaak was om apart op de eerste aanvraag te beslissen. Verder oordeelt de Raad dat er geen schending is van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.