ECLI:NL:CRVB:2005:AS5876
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toekenning wettelijke rente wegens te lage bijzondere bijstand voor woninginrichting
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor de inrichting van een woning. De gemeente Zwolle kende aanvankelijk een lager bedrag toe dan noodzakelijk, waarna bezwaar en beroep volgden. De rechtbank vernietigde het besluit dat het hogere bedrag vaststelde wegens strijd met de Algemene wet bestuursrecht (Awb), maar handhaafde het lagere bedrag van f 1.900,--.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de berekening van de draagkracht van appellant en zijn partner rechtsgeldig was en dat het bezwaar tegen het lagere bedrag ongegrond bleef. Wel stelde de Raad vast dat de gemeente onrechtmatig had gehandeld door niet direct het juiste hogere bedrag toe te kennen.
Hierdoor werd de gemeente veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente over het verschil van f 400,-- vanaf 1 juni 2001. De Raad wees een proceskostenveroordeling af en bevestigde het eerdere oordeel van de rechtbank voor zover aangevochten.
Het verzoek van appellant om vergoeding van schade wegens het sluiten van een lening werd niet toegekend, maar de wettelijke rentevergoeding werd als passend beschouwd.
De uitspraak benadrukt het belang van correcte en tijdige toekenning van bijzondere bijstand en de mogelijkheid tot rentevergoeding bij onrechtmatig handelen van het bestuursorgaan.
Uitkomst: De gemeente Zwolle wordt veroordeeld tot betaling van wettelijke rente over het verschilbedrag van f 400,-- wegens te late toekenning van bijzondere bijstand.