ECLI:NL:CRVB:2005:AS6593
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.M. van Male
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugwerkende kracht toeslag bijstand voor alleenstaande inwonend bij ouders
Appellant ontving sinds 1982 een bijstandsuitkering voor alleenstaanden. In 1997 werd deze omgezet naar de Algemene bijstandswet (Abw) met een toeslag van 0%, omdat appellant bij zijn moeder inwoonde. Deze beslissing werd niet aangevochten en is daarmee onherroepelijk.
In 1999 wijzigde de gemeente ’s-Gravenhage de Verordening toeslagen, waardoor alleenstaande meerderjarige kinderen die bij hun ouders wonen recht kregen op een toeslag van 14% van het minimumloon met ingang van 1 maart 1999. De gemeente corrigeerde de toeslag met terugwerkende kracht vanaf die datum.
Appellant stelde dat de toeslag met een ruimere terugwerkende kracht had moeten worden toegekend, omdat het eerdere besluit onrechtmatig was en hij niet op de hoogte was van zijn rechten. De gemeente beriep zich op de formele rechtskracht van het omzettingsbesluit en de discretionaire bevoegdheid om de terugwerkende kracht te beperken.
De Raad oordeelde dat de gemeente in redelijkheid heeft gehandeld door de terugwerkende kracht te beperken tot 1 maart 1999, mede gelet op belangenafweging, het standpunt van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, juridisch advies en het ontbreken van bezwaar door appellant. Het hoger beroep werd afgewezen en het verzoek om schadevergoeding werd eveneens geweigerd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de toeslag wordt met terugwerkende kracht vanaf 1 maart 1999 toegekend.