ECLI:NL:CRVB:2005:AT1644
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.G.M. Simons
- H.J. de Mooij
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bijstandsuitkering wegens weigering medewerking onaangekondigd huisbezoek
Appellante ontving sinds 1993 een bijstandsuitkering als alleenstaande ouder. Naar aanleiding van signalen over het verblijf en de inkomsten van haar voormalige partner, die mogelijk een gezamenlijke huishouding met haar voerde, besloot de gemeente een onaangekondigd huisbezoek af te leggen.
Tijdens het huisbezoek gaf appellante aan alleen met haar kinderen te wonen, maar weigerde zij de sociaal rechercheurs toegang tot de bovenverdieping, ondanks herhaalde verzoeken. Hierdoor kon de gemeente het recht op bijstand niet vaststellen en werd de uitkering beëindigd.
De Raad oordeelt dat een onaangekondigd huisbezoek een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer vormt, maar onder bijzondere omstandigheden gerechtvaardigd kan zijn op grond van het EVRM en de Algemene bijstandswet. De Raad acht in deze zaak de inzet van het huisbezoek en het verzoek tot toegang tot de bovenverdieping gerechtvaardigd.
Appellante voerde geen zeer dringende reden aan voor haar weigering, hetgeen volgens de jurisprudentie van de Raad noodzakelijk is om medewerking te mogen weigeren. De Raad bevestigt daarom het besluit tot beëindiging van de bijstandsuitkering.
Uitkomst: De bijstandsuitkering van appellante wordt beëindigd wegens weigering medewerking aan een onaangekondigd huisbezoek.