ECLI:NL:CRVB:2005:AT2028
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- C.P.M. van de Kerkhof
- P.J. Stolk
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsplicht directeur/aandeelhouder wegens arbeidsverhouding met vennootschap
De zaak betreft een geschil tussen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en een vennootschap over de vraag of de directeur/aandeelhouders van de vennootschap verplicht verzekerd waren op grond van de sociale werknemersverzekeringswetten in de periode van 1 januari 2000 tot 29 mei 2002.
De rechtbank had geoordeeld dat sprake was van gezamenlijk ondernemerschap zonder gezagsverhouding, waardoor geen verzekeringsplicht bestond. Het Uitvoeringsinstituut stelde echter dat er wel sprake was van een arbeidsverhouding onder gezag, mede gelet op de aandelenverhoudingen en de statutaire bepalingen.
De Centrale Raad van Beroep vernietigde het vonnis van de rechtbank en stelde dat een directeur/aandeelhouder zonder doorslaggevende stem in de algemene vergadering in beginsel onder gezag van de vennootschap werkt. De Raad vond onvoldoende aanwijzingen voor een uitzonderingssituatie en concludeerde dat er sprake was van een privaatrechtelijke dienstbetrekking en daarmee verzekeringsplicht.
De Raad wees op het belang van persoonlijke dienstverrichting en loonbetalingsverplichting en verwierp het standpunt van gezamenlijk ondernemerschap zonder gezag. Het hoger beroep werd gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat er tussen de directeur/aandeelhouders en de vennootschap een arbeidsverhouding bestond die verzekeringsplicht meebracht.