ECLI:NL:CRVB:2005:AT2868
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op bijstand bij verblijf buitenland langer dan gebruikelijke vakantieduur zonder zeer dringende reden
Eisers ontvingen bijstand en meldden vakantieperiodes aan, waarbij zij langer dan de toegestane dertien weken buiten Nederland verbleven. Eiseres kon niet terugkeren vanwege een verlopen verblijfsvergunning, maar dit werd niet als een zeer dringende reden in de zin van artikel 11 Abw Pro erkend.
De rechtbank oordeelde dat het territorialiteitsbeginsel uit artikel 7 Abw Pro en artikel 9 Abw Pro verhinderen dat bijstand wordt verleend bij verblijf langer dan dertien weken in het buitenland, ongeacht de reden. De Raad onderschreef dit oordeel en wees erop dat de situatie van eiseres niet als acute noodsituatie kon worden beschouwd, aangezien zij tijdig haar verblijfsvergunning had moeten vernieuwen.
Het hoger beroep bood geen nieuwe inzichten en werd ongegrond verklaard. De Raad bevestigde het besluit van de gemeente Utrecht dat gedurende de overschrijding van de vakantieduur geen recht op bijstand bestond. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit dat geen recht op bijstand bestaat bij verblijf langer dan de gebruikelijke vakantieduur in het buitenland wordt bevestigd.