ECLI:NL:CRVB:2005:AT5888
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting bij AOW en pensioen
Appellant en zijn echtgenote ontvingen sinds 1996 een bijstandsuitkering. In 1998 werd appellant door de Sociale Dienst gewezen op het aanvragen van een AOW-uitkering. Tijdens een heronderzoek in 1999 meldde appellant dat hij al ruim een jaar een AOW-uitkering en pensioen ontving. Gedaagde stelde daarop vast dat appellant vanaf juli 1998 AOW en pensioen kreeg, maar deze inkomsten niet had gemeld zoals vereist volgens artikel 65 van Pro de Algemene bijstandswet (Abw).
Gedaagde herzag het besluit tot bijstandsverlening en vorderde de ten onrechte ontvangen bijstand terug. Appellant betwistte in hoger beroep dat hij zijn inlichtingenplicht had geschonden en voerde aan dat gedaagde op de hoogte was van zijn AOW-uitkering en hem zelfs hielp bij het invullen van formulieren. Ook stelde hij dat het teruggevorderde bedrag gematigd had moeten worden vanwege de late ontdekking en terugvordering.
De Raad oordeelde dat het verwijzen naar de SVB en hulp bij formulieren appellant niet ontslaat van zijn eigen verantwoordelijkheid om inkomsten tijdig en volledig te melden. Het langdurig naast bijstand ontvangen van AOW en pensioen had bij appellant het vermoeden moeten wekken dat gedaagde niet op de hoogte was. De Raad verwierp het beroep op matiging van terugvordering omdat artikel 81 Abw Pro een terugvorderingsverplichting oplegt. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van bijstand bevestigd wegens schending van de inlichtingenverplichting.