ECLI:NL:CRVB:2005:AT5970
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bijstandsuitkering wegens ontbreken geldige verblijfstitel en normtoepassing alleenstaande ouder
Appellant, met Surinaamse nationaliteit, ontving aanvankelijk bijstand naar de gehuwdennorm samen met zijn echtgenote. Deze bijstand werd beëindigd toen bleek dat zij niet langer een geldige verblijfstitel hadden. Na bezwaar werd de bijstand voortgezet naar de norm voor een alleenstaande ouder, omdat de echtgenote niet als rechthebbende kon worden aangemerkt.
Appellant verzocht om bijstand naar de gehuwdennorm, stellende dat zijn echtgenote rechtmatig verbleef. De rechtbank verklaarde zijn beroep ongegrond, maar de Raad stelde vast dat de rechtbank ten onrechte niet alle besluiten had betrokken en dat de gemeente de bezwaarschriftprocedure niet volledig had gevolgd.
De Raad oordeelde dat de gemeente terecht bijstand verleende naar de alleenstaande ouder norm en dat er geen grond was voor normwijziging. Besluiten die niet volledig waren heroverwogen werden vernietigd en het beroep tegen een besluit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het besluit was vervangen. De Raad wees het beroep tegen het besluit van 12 februari 2002 af en bepaalde dat de gemeente het betaalde griffierecht aan appellant vergoedt.
Uitkomst: Bijstand werd toegekend naar de alleenstaande ouder norm wegens het ontbreken van een geldige verblijfstitel van de echtgenote; enkele besluiten werden vernietigd wegens procedurele tekortkomingen.