ECLI:NL:CRVB:2005:AT6119
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Ontslag tijdens proeftijd na wisseling dienstverband en korting op WW-uitkering
Appellante was sinds 1999 in dienst bij Eimskip en zocht vanwege een verhuizing van de werkgever ander werk. Zij trad in september 2001 in dienst bij Plascoat met een halfjaarcontract en proeftijd. Tijdens de proeftijd werd zij ontslagen. Het UWV weigerde haar WW-uitkering wegens verwijtbaarheid van werkloosheid.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante gegrond en vernietigde het besluit van het UWV, oordelend dat de overstap naar Plascoat geen voorzienbaar werkloosheidsrisico inhield en de werkloosheid niet verwijtbaar was. Het UWV nam een nieuw besluit met een korting op de WW-uitkering wegens verminderde verwijtbaarheid.
De Centrale Raad bevestigt dat appellante terecht een nieuwe dienstbetrekking zocht vanwege de langere reistijd na verhuizing van Eimskip. De tijdelijke arbeidsovereenkomst met proeftijd bij Plascoat was gebruikelijk en niet lichtvaardig gekozen. De Raad oordeelt dat de werkloosheid niet verwijtbaar is en vernietigt het besluit met korting op de uitkering. Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het nieuwe besluit ter beoordeling ligt.
Uitkomst: De Centrale Raad vernietigt het besluit tot korting op de WW-uitkering en bepaalt dat het Uwv een nieuw besluit neemt.