ECLI:NL:CRVB:2005:AT6303
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand curator kosten over jaar 2000 wegens ontbreken terugwerkende kracht
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van haar aanvraag om bijzondere bijstand voor de kosten van de curator over het jaar 2000. De curator had eerder voor 1999 bijstand ontvangen, maar de aanvraag voor 2000 werd pas op 13 maart 2001 ingediend. De gemeente wees de aanvraag af omdat bijstand in principe niet met terugwerkende kracht wordt verleend, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellante ging in hoger beroep. Zij stelde dat de brief van 20 januari 2000 al als aanvraag moest worden gezien, zodat geen sprake was van terugwerkende kracht, en dat er subsidiair bijzondere omstandigheden waren. De Raad oordeelde dat de brief geen ondubbelzinnig verzoek inhield en dat geen bijzondere omstandigheden waren vastgesteld.
De Raad benadrukte dat de curator bekend was met de regels en dat de machtiging van de kantonrechter in 2004 voor kosten over 2000 geen aanleiding gaf tot bijstand voor die periode. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag om bijzondere bijstand voor curator kosten over 2000 wordt afgewezen wegens ontbreken van terugwerkende kracht en bijzondere omstandigheden.