ECLI:NL:CRVB:2005:AT6727
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- J.Th. Wolleswinkel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling salarisinschaling late intreedster in het voortgezet onderwijs
Appellante, een docente die haar loopbaan in het onderwijs onderbrak en later hervatte, werd ingeschaald volgens artikel G5 van de CAO-VO, waarbij haar salaris werd gebaseerd op de datum van het behalen van haar onderwijsbevoegdheid in 1984. Zij stelde dat deze inschaling indirect discriminerend was omdat onvoldoende rekening werd gehouden met haar (on)betaalde werk- en levenservaring en dat zij ongelijk werd behandeld ten opzichte van mannelijke collega’s met een HOS-garantie.
De Raad overwoog dat het onderscheid in salarisinschaling tussen vrouwen die hun loopbaan onderbreken en mannen die dat niet doen, een indirect onderscheid op grond van geslacht vormt. Dit onderscheid is echter gerechtvaardigd door het legitieme doel van het verdisconteren van relevante onderwijservaring. De forfaitaire regeling van artikel G5 CAO-VO is passend en proportioneel, en de ervaring buiten het onderwijs kan niet gelijk worden gesteld aan onderwijservaring.
Verder oordeelde de Raad dat de HOS-garantieregeling een overgangsrecht betrof voor personeel dat vóór 1 april 1985 in dienst was en dat appellante als late intreedster hier geen aanspraak op kon maken. Ten slotte stelde de Raad vast dat het bestreden besluit in strijd was met artikel 10:3, derde lid, Awb omdat het door mandaat was genomen, waardoor het vernietigd werd, maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand bleven.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens mandaatfout, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.