ECLI:NL:CRVB:2001:AD4640
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. Haverkamp
- F.P. Zwart
- J.Th. Wolleswinkel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging inkomensafhankelijke nabestaandenuitkering volgens Algemene nabestaandenwet
Appellante vroeg een nabestaandenuitkering aan na het overlijden van haar echtgenoot in 1997. De Sociale Verzekeringsbank kende haar een inkomensafhankelijke uitkering toe, waarbij het inkomen van appellante in mindering werd gebracht op de uitkering. Appellante stelde dat haar echtgenoot vanwege een ongeneeslijke ziekte niet in staat was een pensioenvoorziening te treffen en dat zij daardoor onterecht werd benadeeld ten opzichte van voormalige AWW-gerechtigden.
Zij voerde aan dat de wetgever deze situatie niet had voorzien en dat het onderscheid tussen haar en de groep voormalige AWW-gerechtigden onredelijk en discriminerend was. De Raad oordeelde echter dat de wetgever bewust was van de problematiek van onverzekerbare risico's en hiervoor een specifieke overgangsregeling had getroffen voor voormalige AWW-gerechtigden.
De Raad stelde vast dat appellante geen bestaand recht had dat eerbiediging behoefde en dat het onderscheid tussen haar situatie en die van voormalige AWW-gerechtigden gerechtvaardigd was. Tevens werd geoordeeld dat er geen sprake was van indirecte discriminatie naar geslacht. Het beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de inkomensafhankelijke nabestaandenuitkering bevestigd.