ECLI:NL:CRVB:2005:AT6731
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Beperking terugwerkende kracht herziening ANW-uitkering wegens kennelijke onredelijkheid en schadevergoeding
Appellant diende een aanvraag in voor een ANW-uitkering na het overlijden van zijn partner. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) kwalificeerde onterecht zijn wachtgelduitkering als inkomen uit arbeid in plaats van inkomen in verband met arbeid, wat leidde tot een te hoge uitkering. Na een herzieningsbesluit met volledige terugwerkende kracht werd een groot bedrag teruggevorderd.
Appellant betoogde dat hij niet kon begrijpen dat zijn inkomen verkeerd was gekwalificeerd en dat de terugvordering onredelijk was, mede vanwege de schade die hij leed door het mislopen van huursubsidie en vrijstellingen. De Raad stelde vast dat appellant tijdig en volledig had geïnformeerd en dat de fout uitsluitend aan de Svb te wijten was. De Raad oordeelde dat het voor appellant redelijkerwijs duidelijk had kunnen zijn dat de uitkering te hoog was.
Desondanks vond de Raad toepassing van artikel 3:4 Awb Pro op zijn plaats vanwege de grote verwijtbaarheid van de Svb en de ingrijpende gevolgen van de volledige terugwerkende kracht. De Raad beperkte de terugwerkende kracht tot ten minste de helft en kende appellant een immateriële schadevergoeding van €1.500 toe wegens de lange duur van de procedure en de daarmee gepaard gaande frustratie.
De eerdere besluiten werden vernietigd en de Svb werd veroordeeld tot het nemen van een nieuw besluit en tot vergoeding van proceskosten en immateriële schade.
Uitkomst: De herziening van de ANW-uitkering wordt beperkt in terugwerkende kracht wegens kennelijke onredelijkheid en appellant ontvangt een immateriële schadevergoeding van €1.500.