ECLI:NL:CRVB:2005:AT8358
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens niet aanvaarden passende arbeid
Appellant, die een WW-uitkering genoot, weigerde een door [de werkgever] aangeboden functie als CAD-tekenaar voor zes maanden tegen een passend salaris. Gedaagde stelde daarop de WW-uitkering per 6 mei 2002 blijvend geheel te weigeren wegens het niet aanvaarden van passende arbeid. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat het aanbod concreet en passend was gelet op de opleiding, ervaring en het salaris van appellant. Hoewel er onduidelijkheden waren over de inrichting van een thuiswerkplek en de kostenverdeling, stonden deze niet in de weg aan het aanvaarden van het werkaanbod. Appellant had zich onvoldoende ingespannen om duidelijkheid te verkrijgen.
De Raad verwierp het betoog dat de maatregel beperkt moest blijven tot de duur van het dienstverband. Op grond van vaste jurisprudentie en de tekst van de WW was dat niet mogelijk. De opgelegde maatregel tot weigering van de WW-uitkering werd daarom gehandhaafd.
Uitkomst: De weigering van de WW-uitkering wegens niet aanvaarden van passende arbeid wordt bevestigd.