ECLI:NL:CRVB:2001:AB0449
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Th.C. van Sloten
- Th.M. Schelfhout
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens niet aanvaarden passend werk door gebrek aan kinderoppas
Appellante, die na haar verhuizing en ontslag een WW-uitkering aanvroeg, weigerde een tijdelijk passend uitzendwerk aan te nemen wegens het ontbreken van kinderoppas. De uitkeringsinstantie besloot daarop de WW-uitkering per 13 oktober 1997 blijvend geheel te weigeren. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat particuliere omstandigheden zoals het ontbreken van kinderoppas in het algemeen geen geldige reden zijn om passend werk te weigeren.
Appellante voerde aan dat zij door haar verhuizing in een onbekende omgeving moeite had met het vinden van oppas, maar kon dit niet voldoende onderbouwen. De Raad benadrukte dat van haar verwacht mocht worden alle redelijke middelen te benutten, zoals advertenties plaatsen, om oppas te regelen. Het niet aanvaarden van passend werk leidde tot een blijvende gehele weigering van de uitkering volgens artikel 27 WW Pro.
De Raad verwierp ook het beroep op het evenredigheidsbeginsel en het argument dat de maatregel onevenredig was gezien de korte duur van het werkaanbod. Dringende redenen om af te zien van de maatregel, zoals een aanzienlijke inkomensachteruitgang, werden onvoldoende onderbouwd geacht. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de blijvende gehele weigering van de WW-uitkering wegens het niet aanvaarden van passend werk door gebrek aan kinderoppas.