ECLI:NL:CRVB:2005:AT8509
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling afwijzing bedrijfskapitaal wegens niet-levensvatbaarheid onderneming
Appellant heeft bijstand aangevraagd voor het starten van een onderneming gericht op binnenhuisarchitectuur en interieurbouw. De gemeente Rotterdam wees de aanvraag af omdat het bedrijf niet levensvatbaar werd geacht, mede vanwege een aanzienlijke schuldenlast en onrealistische omzetverwachtingen.
De Raad heeft beoordeeld of de afwijzing op goede gronden was gebaseerd, waarbij uitsluitend de situatie ten tijde van het primaire besluit van 11 juni 2002 relevant was. Het aangepaste ondernemingsplan en latere verzoeken zijn buiten beschouwing gelaten.
Het advies van het Bureau Zelfstandigen en Scheepvaart (BZS) vormde de basis voor de afwijzing. De Raad stelde vast dat de schuldenlast aanzienlijk was en dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij aan zijn aflossingsverplichtingen zou kunnen voldoen. Ook ontbraken objectieve gegevens ter onderbouwing van de omzet- en tariefverwachtingen.
Gelet hierop was het besluit van de gemeente terecht en bevestigde de Raad de eerdere uitspraak. Er werd geen veroordeling in proceskosten opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag voor bedrijfskapitaal is terecht afgewezen wegens het ontbreken van levensvatbaarheid van het bedrijf.