ECLI:NL:CRVB:2005:AT9172
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.Th. Wolleswinkel
- J.L.P.G. Van Thiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering hogere vergoeding beschikbaarheids- en bereikbaarheidsdiensten ambtenaren rechtbank
Appellanten, ambtenaren werkzaam bij de rechtbank Breda, voerden beroep aan tegen de weigering van het bestuur van de rechtbank om met terugwerkende kracht een hogere vergoeding toe te kennen voor beschikbaarheids- en bereikbaarheidsdiensten (b&b-diensten). Deze diensten vereisten dat zij binnen 15 minuten na oproep aanwezig moesten zijn op de werkplek.
De rechtbank had geoordeeld dat appellanten hadden ingestemd met de lagere vergoeding en dat er geen sprake was van nieuwe feiten of omstandigheden die een terugwerkende verhoging rechtvaardigden. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de rechtbank terecht artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht had toegepast, waarbij het verzoek om terugwerkende kracht als een verzoek tot terugkomen van een rechtens onaantastbaar besluit werd gezien.
De Raad stelde vast dat de situatie van binnen 15 minuten aanwezig moeten zijn niet gelijkgesteld kon worden aan de extra plaatsgebondenheid die een hogere vergoeding rechtvaardigt volgens artikel 18a, derde lid, van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984. Tevens was geen expliciete toezegging gedaan om de hogere vergoeding met terugwerkende kracht toe te kennen. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van appellanten wordt ongegrond verklaard en de weigering tot terugwerkende toekenning van een hogere vergoeding bevestigd.