ECLI:NL:CRVB:2005:AT9220
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding zonder tijdig bezwaar
Appellante ontving een bijstandsuitkering als alleenstaande ouder met toeslag. Na tips over het voeren van een gezamenlijke huishouding met een huisgenoot startte het Regionaal Bureau Sociale Recherche een onderzoek. Dit leidde tot het besluit van gedaagde om de bijstand vanaf 1 november 2001 te beëindigen en de uitkering over de periode 1 januari 2000 tot 31 oktober 2001 terug te vorderen.
Appellante stelde dat de besluiten als één besluit gelezen moesten worden, zodat haar bezwaar tijdig was ingediend. De Raad oordeelde echter dat het om twee afzonderlijke besluiten ging met verschillende rechtsgevolgen en dat er geen sprake was van een verschoonbare termijnoverschrijding.
Verder concludeerde de Raad op basis van verklaringen en onderzoeksbevindingen dat appellante en haar huisgenoot een gezamenlijke huishouding voerden, waarbij wederzijdse verzorging plaatsvond. Appellante had dit niet gemeld, waardoor zij ten onrechte bijstand ontving. De intrekking en terugvordering waren daarom terecht. Dringende redenen om hiervan af te zien werden niet aangetoond.
Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.